ImageDat boek leest als een trein, zegt men. Men bedoelt dat het boek zich vlot laat lezen of dat men tijdens het lezen de tijd vergeet. En ook omgekeerd is er een verband. Iedere treinreiziger weet dat trein meer is dan louter een transportmiddel van a naar b. Door de snelheid waarmee de trein je vervoert door het landschap, kan hij ook een ideale plaats kan zijn voor dagdromen, herinneringen en plotse invallen. Maar terug naar het boek; ook een boek vervoert je. Niet alleen moet je er de tijd voor nemen en leidt het je af van je onmiddellijke omgeving. Je beleeft het ook anders
naargelang de snelheid van het verhaal.

De Franse filosoof en urbanist Paul Virilio noemt ‘snelheid’ een gevolg van technologie. Technologie zorgt voor een versnelling, van transport, productieprocessen en communicatie, maar ze verandert ook onze beleving. De uitvinding van de boekdrukkunst bijvoorbeeld betekende een belangrijke versnelling van de informatieoverdracht, maar ze betekende ook dat een eeuwenlange orale cultuur verloren ging. En dat literatuur als een auditief groepsgebeuren vervangen werd door een asociale leescultuur. Sprekendere voorbeelden van deze versnelling zijn wellicht de stoommachine, de telefoon of het internet.

Met de komst van het internet in de jaren ’90 radicaliseert het denken van Virilio en gaat hij snelheid in toenemende mate als negatief duiden. Niet alleen wijst hij het militaire aan als de motor van de nieuwe digitale en communicatietechnologie. Ook de gevolgen van snelheid, of ‘dromologie’, zijn desastreus, in de zin dat ze tot een gesloten beleving leiden en de mens passief, immobiel en afhankelijk en elke politieke verandering onmogelijk maken.

Bij Kluger Hans betwijfelen we deze radicale conclusie. Misschien evolueert de maatschappij van een cognitieve naar een meer communicatieve gerichtheid. Maar tot op zekere hoogte delen we Virilio’s bezorgdheid over de beperkende impact van snelheid op onze ervaring. Een boek lezen lijkt vandaag een statische, moeizame, tijdverslindende bezigheid. In werkelijkheid bevat de traagheid van een boek juist een sterk potentieel: de mogelijkheid van een mentale verandering. De brede werking van een boek kan gedachten, gevoelens, herinneringen teweegbrengen, op een heel andere manier dan nieuwere media. Lezen kan een belangrijke bron zijn van activiteit, creativiteit en verandering. Zoals een rustige treinrit op een zonnige dag bijvoorbeeld.

De winnaars van de wedstrijd over de podcast van Rebecca Lenaerts, die ze maakte voor KH16 zijn bekend. We hebben gekozen de beelden van Rinske Kegel en Thomas Franssens te belonen met een jaarabonnement of een themanummer. Gefeliciteerd!

Aan het erotisch-apocalyptisch nummer werkte Rebecca Lenaerts mee. Ze was gastredactrice, maar maakte daarnaast ook een opwindende podcast. Wil je kans maken op een jaarabonnement of een themanummer? Luister dan hier en stuur de beelden die volgens jou bij de podcast horen voor 15 januari op naar marie@klugerhans.net.

Als we januari halen, nemen de beste inzendingen het dan tegen elkaar op. Ook de stemgerechtigden maken kans op een themanummer of jaarabonnement. Dus haal je rode oortjes uit die wintermuts en begin te beeldstormen.

Nog dit: onze podcast duurt 3’52”. Idealiter stuur je ons dus een slideshow, filmpje, … van die lengte. Tenzij je natuurlijk gelooft dat op 21 december ook onze tijdsbeleving zal veranderen. Dan mag 1 oerknallend beeld ook.

cover-web“Ten slotte omarmden we ook de voortschrijdende toename van stikstof in de dampkring, ons daaruit volgende wetenschappelijk aantoonbare krimpen, de veelvoud van  gespecialiseerde insecten die ons onverschillig zouden hergebruiken tot aarde, de aarde.”

(Anneke Claus)

Als op 21 december de wereld vergaat, heeft Kluger Hans vier jaargangen op deze stervende wereld gezet. Misschien kan dit nummer weldra niet meer ontcijferd worden, maar we stellen toch een visionair testament op. En mocht het jou toch gegund worden om de volgende cyclus te betreden, heb je alvast wat reislectuur voor tussen de sterren.

Kluger Hans waarschuwde je vier jaar lang voor het einde. Een spamnummer onderzocht de overbodigheid van het bestaan, of Ariane Bart spoorde ons aan om nog snel kinderen te maken in het oog van de Apocalyps. Bij Thomas van Aalten ging een schuldige topbankier moreel ten onder en in het Henk & Ingridverhaal van Marjolijn van Heemstra krompen zelfs modale burgers weg uit angst voor ‘de dingen’. Een uitgehongerd personage van Boris de Jong wilde zijn hond doodknuppelen en nog in ons vorige nummer fileerde Michael Bijnens in de rivaliteit voor hoeren ook de bronstige vader.

Maar het einde hoeft niet enkel kommer en kwel te betekenen. Met het dubbelthema Apocalyps/Erotiek werpen we tegelijk een blik op de plezierige kanten van de volgende dimensie. Verhouden mannen en vrouwen zich anders tot elkaar? Zorgt de crisis – wereldwijd en persoonlijk – voor nieuwe ademruimte?

Kluger Hans 16 zoekt die ruimte. In een bos, waar we met dieren spelen. In visioenen op het Brouckèreplein. Met bekkenbodemtraining en een bruid op een parkeerplaats. Met vriesbloemen in honinggeur en een veerman als toyboy. In een bezwering van porno door hand in hand op zolder te zitten. Door in zachte harten te knijpen, aan het grote wiel te draaien en in dansen uit te barsten.

Aan het eind van het nummer herinnert Inge Braeckman ons liefdevol terug aan een van de grote schrijvers uit de oude wereld. Als de wereld verdwijnt op 21 december, heeft Ivo Michiels enkel ons testament niet gelezen.

 

Op 21 december vergaat de wereld. Dat laat Kluger Hans niet zomaar gebeuren, maar laten we u in uiterst opgewonden toestand beleven. Met een nummer rond het dubbelthema Erotiek / Apocalyps.

Organiseert u op 21 december een evenement dat de volgende dimensie inluidt? En wilt u uw gasten een origineel cadeau doen of uw artiesten extra stimuleren? Of bent u gewoon zelf razend benieuwd naar de literaire invalshoek van dit opwindende gebeuren? 

We verkopen Kluger Hans 16, dat op 14 december van een Gentse drukpers rolt, tegen voordelige prijzen.

Voor 1 nummer betaalt u de gewone prijs: 7 euro.

Voor een stapel van 5 nummers betaalt u 28 euro.

Voor een pakket van 10 nummers betaalt u 50 euro

En een doos vol Kluger Hansen (35 exemplaren) kost deze keer 140 euro.

Interesse? Stuur een mail met onderwerpregel ‘actie Kluger Hans 16′ naar info@klugerhans.net.

 

 

“Ik kan alleen maar zeggen dat ik verloren heb, dat ik de taal niet heb kunnen handhaven, dat ik jammerlijk geprobeerd heb deel uit te maken van iets dat mijn vader bezit en ik al lang niet meer.”

 (Michael Bijnens)

Het is ondertussen al weer verleden tijd, maar herinner je, toen het schooljaar begin september startte, laaide ook de discussie van het Standaardnederlands en het Verkavelingsvlaams weer op. Deze twee grootheden werden als in een western als de ‘goede’ en de ‘slechte’ norm tegen elkaar uitgespeeld. Er was een opiniestuk van Jan Blommaert op kifkif.be nodig om erop te wijzen dat we allemaal veel verschillende spreekwijzen hanteren “en in dat opzicht hoeft men niet bang te zijn voor ‘taalverlies’ of andere culturele doodsangsten, waarbij men zich inbeeldt dat bijvoorbeeld ‘tussentaal’ het AN verdringt. De diverse varianten zitten in heel andere hokjes in een repertoire, en als normaal sociaal wezen hebben we een behoorlijk accuraat radarsysteem dat ons aangeeft wanneer we de ene dan wel de andere variant moeten gebruiken.”

Kluger Hans 15 toont de rijkdom aan Nederlandstalige taalregisters: Bijbelse taal bij André-Marcel Adamek, encyclopediejargon bij Roberto Bolaño, Verkavelingsvlaams bij Lize Spit en Bart De Block, Mols dialect bij Michael Bijnens of zelfs het knipogen naar de taal van de tango bij Caroline De Mulder. Al deze auteurs maken verschil door van een achteloos taalgebruik een bewust gekozen kunsttaal te maken. Met dit nummer willen we aandacht hebben voor de levendigheid van taal en de kracht van literatuur om de plaats- en generatiegebondenheid van elk taalregister te overstijgen.

- een interview door David Troch

Het literaire tijdschrift Cadences: A Journal of Literature and the Arts in Cyprus publiceert poëzie, kortverhalen, autobiografieën, experimenteel werk, recensies en andere teksten in alle talen die op het Cypriotische eiland worden gesproken. Griekse, Turkse en Engelse teksten in één tijdschrift, dat is op zijn minst opvallend te noemen. Vandaar een interview met drijvende kracht Stavros Karayanni.

Wanneer werd het eerste nummer van Cadences gepubliceerd?

Het eerste nummer gaven we in juni 2004 uit, een jaar nadat de grensposten open gingen en vrij reizen tussen de twee gescheiden delen van Cyprus mogelijk werd.  Tussen juli 1974 en april 2003 was enig contact tussen de beide gemeenschappen uiterst zeldzaam.  Natuurlijk zijn we erg gelukkig dat we in de voorbije acht jaar alleen maar zijn blijven groeien ondanks het feit dat het klimaat van optimisme dat de jaren 2003-2004 kenmerkte, is afgenomen.

Wat is jullie oplage en hoeveel nummers verschijnen er per jaar?

We drukken 500 exemplaren, maar doordat ons tijdschrift beter en beter bekend wordt en er meer interesse voor is, raken die tegenwoordig redelijk snel uitverkocht. Wat betreft het aantal nummers, we hadden de gewoonte om er twee te publiceren. Maar, dat vroeg zoveel werk en coördinatie van iedereen die bij het tijdschrift betrokken is, dat het erg stresserend werd om alles te stroomlijnen met onze voltijdse baan. Om het haalbaar te houden, brengen we daarom nu nog slechts een nummer per jaar uit.

Welke andere literaire magazines bestaan er in Cyprus?

Er is een klein aantal zeer goede literaire tijdschriften. Anev (letterlijk vertaald als Zonder) doet grote inspanningen om een aantal kunstvormen in Cyprus te vertegenwoordigen en te bediscussiëren. Het publiceert recensies van onder andere tentoonstellingen en theateropvoeringen naast columns over hete hangijzers. Ook het vermelden waard is Arteri, voortaan in elektronische vorm, een alternatief magazine dat radicale koerswijzigingen van de kunstscène op het eiland aanmoedigt. Er is ook het Turks Cypriotisch tijdschrift Issirgan (Netel) dat het werk van erg beloftevolle jonge dichters en schrijvers publiceert.

 

Lees de rest van dit artikel »

In het tweede nummer van 2012 staat opnieuw het begrip Fictionalisme centraal. Een relevant begrip voor de literatuur van dit moment, vinden wij. Dit moment, dat is ondermeer een tijdperk van nieuwe media. Het is een moment waarop fictie – in de vorm van beeldcultuur – dieper dan ooit in de realiteit is doorgedrongen. Maar het is ook een tijdperk waarin de literatuur in diskrediet geraakt.

We horen vaak dat literatuur, om het tij te doen keren, meer aansluiting moet zoeken bij het échte leven. We horen dit bij populaire romans, meestal als verantwoording voor een keuze van quasi-onzichtbare want goedkope narratieven. Maar we horen dit ook uit de hoek van de literaire avant-garde, die al van oudsher stelt dat kunst en leven met elkaar dienen samen te vallen. Ook vandaag pleiten vooruitstrevende dichters als Joshua Clover en Juliana Spahr, met hun 95 cent Skool, voor meer uitwisseling tussen poëzie en het sociale.

Hoe het ook zij, hoe innig of los ook de band tussen kunst en leven, het is duidelijk dat dit moment vraagt om een nieuwe, speciale literatuur. In dit nummer gaan we opnieuw op zoek naar zulke literatuur: teksten die door een open karakter, een ruim bewustzijn en een voldoende complexe taal de realiteit van vandaag – die al een flinke dosis fictie bevat – op een interessante manier fictionaliseren.

*

De schrijvers van morgen zullen het nog makkelijker hebben, omdat ze meer werkelijkheden in zich meedragen, en die van overmorgen bevatten ze allemaal.

(Bernard Quiriny – pagina 11)

Helle Helle is een van de meest gevierde Deense auteurs van dit moment. Ze debuteerde in 1993 met Eksempel på liv, vertaald als Voorbeeld van leven. Recent verscheen in Nederlandse vertaling Dit zou in de tegenwoordige tijd geschreven moeten worden. Ze won hiervoor de De Gyldne Laurbær, een literaire prijs van Deense boekhandelaars.

Dit zou in de tegenwoordige tijd geschreven moeten worden gaat over Dorthe, die volwassen wordt in het Deense stadje Gumsø. Ze heeft een eigen woning en veinst te studeren, maar in werkelijkheid doolt ze rond, heeft ze enkele korte relaties en verdoet ze haar tijd, terwijl ze probeert zich tot een goede schrijfster te ontwikkelen. Als haar geld opraakt en haar lievelingstante een zenuwinzinking krijgt, begrijpt Dorthe dat ze haar leven zal moeten veranderen.

Dorthe’s ontwikkeling in Dit zou in de tegenwoordige tijd geschreven moeten worden schijnt volgens mij een licht op de relaties die mensen met elkaar onderhouden, en vooral: de manier waarop dat gebeurt.

Ik ben blij dat je vindt dat Dorthe een ontwikkeling doormaakt. Het komt best vaak voor dat Deense lezers me vragen: ‘Zouden jouw personages zich niet iets meer kunnen ontwikkelen? Kunnen ze zich niet vermannen, ervoor zorgen dat ze echte vrienden krijgen, of desnoods een baan?’ En wat ik vooral hoor: ‘Kunnen ze niets eens wegtrekken uit de provincie?’

Wat antwoord je daar dan op?

Dat ze dat niet kunnen. De energie in het schrijfproces komt voort uit het feit dat ze niet doen wat vanaf de buitenkant gezien misschien het beste voor ze zou zijn.

Hoe komt het dat Dorthe zo’n groot probleem heeft met relaties?

Mijn boeken gaan over leegte en over het je blindstaren op jezelf. Over hoe het is om alleen te staan in het leven, ook als je denkt dat dat niet zo is. Dorthe heeft een paar zeer uiteenlopende relaties. Die functioneren ieder op hun eigen niveau en daarbuiten niet. Als ze op alle niveaus zouden functioneren, was er niets om over te schrijven. Maar dit was waarschijnlijk geen antwoord op je vraag.

Dorthe heeft misschien maar een beperkt talent voor relaties. En daar waar het misgaat, kan de schrijver zijn werk doen. Ik denk dat je de vraag hebt beantwoord. Maar terwijl Dorthe volwassen wordt en relaties aangaat, levensveranderingen ondergaat dus, ontdek ik in het boek niet of nauwelijks een groot drama.

Lees de rest van dit artikel »

Volgens de Franse filosoof Lacoue-Labarthe – een naam waarin een koe en een vrouwelijke Assurancetourix in hetzelfde schuitje zitten, waarin met een slag in de nek, met een ‘coup de patte’ de koe de bard velt en vervolgens op zee moet blijven dobberen tot er gras op het lijk staat, zodat zij kan eten – volgens deze filosoof dus interpreteren we de mimesis-gedachte van Aristoteles verkeerd. We denken dat literatuur (en kunst in het algemeen) de werkelijkheid moet nabootsen, maar eigenlijk betekent ‘mimesis’ het ‘uitbeelden’ van de werkelijkheid. De Griekse tragedie construeert een werkelijkheid om onderliggende zaken te tonen.

De bestaansvoorwaarde van literatuur is haar fictionalisering en het lezen van fictie is een heilzame oefening. Je kijkt anders naar de werkelijkheid. In een maatschappij waarin we geframed worden om met zijn allen in dezelfde problematieken te denken, in dezelfde woorden te dromen, is lezen een daad van verzet. Een psychedelische handeling. Je leert je fantasie gebruiken. En fantasie is net waar men in crisismomenten nood aan heeft, niet een hand vol beschuldigende vingers.

Daarom. Lees de kortverhalen en gedichten in Kluger Hans 13 als fictie in het kwadraat. Door kleine verschuivingen en ongewone constructies kom je in een nieuwe wereld terecht: een engelland met robots, een ontembare honger en culinaire sensaties onder een vierkante, zwarte zon. Besmet met die nieuwe wereld kan je de wereld niet alleen relativeren, maar ook beginnen veranderen. De onmogelijke plannen van vandaag zijn de realisaties van morgen.

*

“’s Nachts werd ik wakker met het gevoel dat er een vreemde in mijn bed lag. Ik weet niet waarom, maar ik moest meteen aan mijn disgenote van gisteren denken – in de zwaarte van mijn dromen dacht ik zeker dat ze mijn kamer was binnengeslopen. Het bleek echter mijn been te zijn.”

(Walter Clark Mathilde)